De dame in het rood (fictief non-erotisch kort verhaal)

Gepubliceerd op 1 augustus 2020 om 17:09

‘Heleen, zullen we even koffie gaan drinken hier? Met wat lekkers?’
Onbewust zweemt er een glimlach over mijn gezicht en ik schud mijn hoofd zo minimaal dat niemand het gezien kan hebben. We zijn krap aan een kwartier onderweg en nog lang niet halverwege de eerste winkelstraat. Mijn moeder heeft een speciale antenne voor koffietentjes met wat lekkers en ze heeft zojuist de eerste gesignaleerd. Ik geloof niet dat dit ooit gaat veranderen.

 

‘Tuurlijk mam, gezellig,’ grijns ik.

 

Ik haak mijn arm in de hare. Samen slaan we rechtsaf en stappen over het kleine terras naar de solide, houten deur die toegang geeft tot het koffietentje. We volgen de instructies op en duwen de deur naar binnen toe open. Een aangename aromamix van pittig gebrande koffiebonen en gekarameliseerde koeken komt ons tegemoet. De bril van mijn moeder beslaat door de snelle stijging van de temperatuur. Ze moet haar bril noodgedwongen van haar neus halen omdat het haar zicht anders volledig belemmert. We nemen plaats bij een tafel aan het raam en kijken uit op de winkelstraat. ‘Wat wil je vandaag kopen, mam?’ informeer ik. Mijn moeder probeert haar bril schoon te poetsen met haar sjaal. Af en toe ademt ze hard op het glas, om vervolgens weer verder te poetsen. Een paar minuten later is het naar haar zin en plaatst ze de pootjes van de bril vakkundig achter haar oren. Met haar wijsvinger duwt ze de neusbrug van de bril op zijn plaats. Haar ogen kijken me vanachter het glas indringend aan.

 

‘Ik dacht aan een jurk. Voor tijdens de Kerstdagen. Een rode. Met een bijpassend jasje. Dat kan toch wel? Wat denk jij?’


Ik ben iemand die in beelden denkt. Het kost me slechts een paar seconden om het door haar geschetste beeld op mijn netvlies gebrand te krijgen. Helemaal niet slecht. Ze heeft smaak.

‘Willen de dames iets bestellen?’ Een jonge, charmante kelner staat naast onze tafel. Met zijn woorden tovert hij een blos op de wangen van mijn moeder.
‘Een cappuccino graag, met zo’n lekkere koek erbij,’ antwoordt ze onmiddellijk. De kelner knikt en schrijft. Dan kijkt hij vol verwachting mijn kant op.
‘Een gewone koffie, alsjeblieft.’
Als hij met onze bestelling vertrokken is complimenteer ik mijn moeder met haar kledingkeuze. Ongelooflijk dat het nog maar drie jaar geleden is.

Mijn moeder staat erop voor ons beiden te betalen en geeft de jonge kelner een flinke fooi. ‘Bedankt, mevrouw,’ stamelt hij. Nu kleuren zijn wangen rood.
De instructies op de houten deur zijn vanaf de binnenkant precies het tegenovergestelde. Ik trek de deur naar binnen toe om ons uit te laten.

 

De eerste winkel met rode jurken is niet veel soeps

 

De muziek staat te hard en de jurken zijn te modern, te kort en te strak. Mijn moeder vindt het prachtig.
'Niks ervan,' zeg ik, 'hiervoor ben je minstens dertig jaar te laat.'
Mopperend gaat ze met me mee naar de volgende winkel. Ze heeft bij voorbaat al besloten dat hier niets deugt.
‘Nee hoor, Heleen, kijk toch eens. Wat een enorme, oubollige lappen stof. Er zit geen model in!’
Ik bijt op mijn tong en rol ongezien met mijn ogen. Dan haak ik mijn arm vrolijk in de hare. ‘Inderdaad mam, dit is he-le-maal niets voor jou. We gaan verder.’
Vergenoegd steekt mijn moeder haar neus in de lucht. 'Zie je nou wel.'
Inwendig moet ik even lachen. Ongelooflijk dat het nog maar drie jaar geleden is.

Over de volgende winkel hebben we allebei geen vooroordelen en deze strategie blijkt bijzonder goed te werken. Er lijkt genoeg rode kleding aanwezig te zijn in de ruim opgezette winkel. Een jonge medewerkster komt op ons afgestapt. De punten van haar lange, lichtblonde haar zijn felroze geverfd en in haar wenkbrauw prijken twee kleine zilverkleurige knopjes. Met haar innemende lach windt ze ons beiden onmiddellijk om haar vinger.

 

‘Kan ik jullie helpen?’ informeert ze

 

Mijn moeder vertelt honderduit. In haar hoofd zit namelijk allang de pérfecte rode jurk.  De medewerkster luistert. Oprecht en accuraat. Geduldig neemt ze alle informatie in zich op. Dan bekijkt ze mijn moeder van top tot teen, zonder enige vorm van gêne.
‘U heeft prachtige smalle heupen en een mooie taille,’ concludeert ze, ‘ik zou willen adviseren om daar het accent op te leggen.’
Naast haar zie ik mijn moeder een paar centimeter groeien. ‘Prima, prima!’   
De medewerkster vist her en der wat kledingstukken uit de rekken en overhandigt ze aan mijn moeder. ‘Ik denk dat deze u perfect zouden staan,’ glimlacht ze, ‘u mag ze wel even passen hier, in de paskamer.’

Mijn moeder stapt een paskamer binnen en hangt alles netjes op de haakjes.  Ze kijkt even over haar schouder, op zoek naar mij. Glimlachend steek ik een hand in de lucht.
Ze ziet het en zwaait. ‘Ik ben hier, hoor!’ roept ze en trekt het gordijntje dicht.
De medewerkster en ik wisselen een geamuseerde blik. Niet veel later horen we verrukte geluidjes uit de paskamer komen. De medewerkster verstaat haar vak.

 

Het gordijn gaat open. Daar staat ze. Mijn moeder

 

In een glanzende, rode jurk, netjes tot over de knie. Op de jurk draagt ze een wat wijder, rood jasje. Haar kastanjebruine haar valt inmiddels net over haar schouders. Vol zelfvertrouwen kijkt ze om zich heen. Ze wil gezien worden. Ze mag ook gezien worden. 

Ik voel de tranen achter mijn ogen branden als ik naar haar kijk. Het zijn tranen van pure trots. Want wát is ze mooi, mijn moeder. En wat voelt ze zich mooi. Ze is eindelijk zichzelf. En dat, dát is toch echt wel het allerbelangrijkste. Twee hete tranen ontsnappen en rollen over mijn wangen. Mijn moeder ziet het en onmiddellijk trilt haar onderlip ook. Ik loop op haar af en neem haar in mijn armen.

 

Tranen stromen. Tranen van geluk

 

‘Ik ben zo trots op je, mam,’ fluister ik met hese stem. Ongelooflijk dat het nog maar drie jaar geleden is. Ongelooflijk dat ik haar nog maar drie jaar mam en mijn moeder noem. Ongelooflijk dat het vanaf het eerste moment al direct zo goed voelde. Ik kan me niet eens meer voorstellen dat ik haar ooit pap en mijn vader heb genoemd.