Vrijheid in de kleur van de liefde

Gepubliceerd op 5 januari 2020 om 16:52

‘Heleen, zullen we even koffie gaan drinken hier? Met wat lekkers?’
Onbewust zweemt er een glimlach over mijn gezicht en ik schud mijn hoofd zo minimaal dat niemand het gezien kan hebben. We zijn krap aan een kwartier onderweg en nog lang niet halverwege de eerste winkelstraat. Maar mijn moeder heeft een speciale antenne voor koffietentjes met wat lekkers en ze heeft zojuist de eerste gesignaleerd. Ik geloof niet dat dit ooit gaat veranderen.

 

Eerst een kop koffie met wat lekkers

 

‘Tuurlijk mam, gezellig,’ grijns ik naar haar en ik haak mijn arm even in de hare. Samen slaan we rechtsaf en stappen over het kleine terras door naar de solide, houten deur die toegang geeft tot het koffietentje. We volgen de instructies op en duwen de deur naar binnen toe open. Een aangename aromamix van pittig gebrande koffiebonen en zoete, gekarameliseerde koeken komt ons tegemoet. De bril van mijn moeder beslaat door de snelle stijging van de temperatuur. Ze moet haar bril noodgedwongen van haar neus halen omdat het haar zicht anders volledig belemmert. We nemen plaats bij een tafel aan het raam en kijken uit op de winkelstraat. ‘Wat wil je vandaag kopen, mam?’ informeer ik. Mijn moeder probeert haar bril schoon te poetsen met haar sjaal. Af en toe ademt ze hard op het glas, om vervolgens weer verder te poetsen. Een paar minuten later is het naar haar zin en plaatst ze de pootjes van de bril vakkundig achter haar oren. Met haar wijsvinger duwt ze de neusbrug van de bril op zijn plaats. Haar ogen kijken me vanachter het glas indringend aan.

‘Ik dacht aan een jurk. Een rode. Met een bijpassend jasje. Dat kan toch wel? Wat denk jij?’
Ik denk in beelden en het kost me slechts een paar seconden om het door haar geschetste beeld op mijn netvlies gebrand te krijgen. Helemaal niet slecht. Ze heeft smaak.
‘Willen de dames iets bestellen?’ Een jonge, charmante kelner staat naast onze tafel. Met zijn woorden tovert hij een blos op de wangen van mijn moeder.
‘Een cappuccino graag, met zo’n lekkere koek erbij,’ antwoordt ze onmiddellijk. De kelner knikt en schrijft. Dan kijkt hij vol verwachting mijn kant op. ‘Een gewone koffie, alsjeblieft.’
Als hij met onze bestelling vertrokken is complimenteer ik mijn moeder met haar kledingkeuze. Ongelooflijk dat het nog maar drie jaar geleden is.

Mijn moeder staat erop voor ons beiden te betalen en geeft de jonge kelner een flinke fooi. ‘Bedankt, mevrouw,’ stamelt hij en nu is hij degene die een blos op zijn wangen krijgt. De instructies op de houten deur zijn vanaf de binnenkant precies het tegenovergestelde en ik trek de deur naar binnen toe om ons uit te laten.

 

Over smaak valt (niet) te twisten

 

De eerste winkel met rode jurken is niet veel soeps. De muziek staat te hard en de jurken zijn te modern, te kort en te strak. Hoewel mijn moeder het prachtig vindt weet ik haar er van te overtuigen dat ze hiervoor echt minstens dertig jaar te laat is. Mopperend gaat ze met me mee naar de volgende winkel, waar ze bij voorbaat al besloten heeft dat hier niets deugt.
‘Nee hoor, Heleen, kijk toch eens. Wat een enorme, oubollige lappen stof. Er zit geen model in!’
Ik bijt even op mijn tong en rol ongezien met mijn ogen. Dan haak ik mijn arm vrolijk in de hare. ‘Inderdaad mam, dit is he-le-maal niets voor jou. We gaan snel verder.’
Vergenoegd steekt mijn moeder haar neus in de lucht en stapt op haar hakken driest naast me, op weg naar de volgende winkel. Inwendig moet ik even lachen. Ongelooflijk dat het nog maar drie jaar geleden is.

Over de derde winkel hebben we allebei geen vooroordelen en deze strategie blijkt bijzonder goed te werken. Er lijkt genoeg rode kleding aanwezig te zijn in de ruim opgezette winkel. Een jonge medewerkster komt zelfverzekerd op ons afgestapt. De punten van haar lange, lichtblonde haar zijn felroze geverfd en in haar wenkbrauw prijken twee kleine zilverkleurige knopjes. Met haar innemende lach windt ze ons beiden onmiddellijk om haar vinger. ‘Kan ik jullie helpen?’ informeert ze.

 

Wie de rode jurk past...

 

Mijn moeder vertelt honderduit over de roodgekleurde kledingstukken zoals zij ze in haar hoofd heeft bedacht. De medewerkster neemt alle tijd en luistert naar haar. Oprecht en accuraat. Geduldig neemt ze alle informatie in zich op en dan bekijkt ze mijn moeder van top tot teen en weer terug, zonder enige vorm van gene. ‘U heeft prachtige smalle heupen en een mooie taille,’ concludeert ze, ‘ik zou willen adviseren om daar het accent op te leggen.’ Naast haar zie ik mijn moeder een paar centimeter groeien. De blos is weer volop aanwezig op haar wangen. ‘Prima, meisje, prima!’ kirt ze goedkeurend naar de medewerkster. Het meisje knikt enthousiast en vist dan her en der wat kledingstukken uit de rekken en overhandigt ze aan mijn moeder. ‘Ik denk dat deze u perfect zouden staan,’ glimlacht ze, ‘u mag ze wel even passen hier, in de paskamer.’

Mijn moeder stapt een paskamer binnen en hangt alles netjes op de haakjes. Dan kijkt ze even over haar schouder, op zoek naar mij. Glimlachend steek ik een hand in de lucht. Ze zwaait naar me terug en lacht haar tanden bloot. ‘Ik ben hier, hoor!’ roept ze en trekt het gordijntje dicht. De medewerkster en ik wisselen een vrolijke blik. Niet veel later horen we verrukte geluidjes uit de paskamer komen. De medewerkster verstaat haar vak.

Het gordijntje gaat open en daar staat mijn moeder. In een glanzende, gladde rode jurk, netjes tot over de knie. Op de jurk draagt ze een wat wijder, rood jasje. Haar kastanjebruine haar valt inmiddels net over haar schouders. Vol zelfvertrouwen kijkt ze om zich heen. Ze wil gezien worden, en ze mag ook gezien worden. Het lijkt wel alsof ze nog een paar centimeter langer gegroeid is.

 

Tranen van pure trots

 

Ik voel de tranen achter mijn ogen branden als ik naar haar kijk. Het zijn tranen van pure trots. Want wát is ze mooi, mijn moeder. En wat voelt ze zich mooi. Ze is eindelijk zichzelf. En dat, dát is toch echt wel het allerbelangrijkste. Twee hete tranen ontsnappen en rollen over mijn wangen. Mijn moeder ziet het en onmiddellijk trilt haar onderlip ook. Ik loop op haar af en neem haar in mijn armen. Tranen stromen. Tranen van geluk. ‘Ik ben zo trots op je, mam,’ fluister ik met hese stem. Ongelooflijk dat het nog maar drie jaar geleden is. Ongelooflijk dat ik haar nog maar drie jaar ‘mam’ en ‘mijn moeder’ noem. Ongelooflijk dat het vanaf het eerste moment al direct zo goed voelde om haar zo te noemen. Ik kan me al niet eens meer voorstellen dat ik haar daarvoor zoveel jaren ‘pap’ en ‘mijn vader’ heb genoemd.

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.